Minerale pleisters en synthetische pleisters

Buitenpleisters kunnen in 2 grote groepen worden onderverdeeld, hetzij enerzijds minerale pleisters en anderzijds synthetische pleisters. Op zich zijn de benamingen niet zelden zeer spraakverwarrend. Zeer dikwijls zal men spreken van crepi, terwijl men het bij een krabpleister heeft over een minerale pleister. Synthethische pleister worden dan weer aangeduid als kunstharspleister, siliconenharspleister of een siliconenharsgebondenpleister. Deze benamingen zijn zowat de meest gebruikte benamingen, maar wees getroost ... er zijn meer benamingen in omloop om een buitengevelpleister aan te duiden.

Een strakke gevel of een ruw afgewerkte gevelbepleistering

Opteer je voor en strak en meer glad oppervlak dan kiest u het best voor een synthetische gevelbepleistering of crepi. Bij een minerale gevelbepleistering of een minrale crepi op basis van cement is de afwerking meestal ruwer, alhoewel ook hier sprake is van een zekere evolutie.

Bij een synthetische gevelpleister wordt er standaard met verschillende lagen gewerkt. De uiteindelijke afwerkingslaag wordt dun aangebracht en is doorgaans ongeveer een tweetal mm dik.,

Uiteraard moet de tussenlaag reeds zeer egaal zijn afgewerkt, alvorens de toplaag van de crepi kan worden aangebracht. Bij afbrokkeling of beschadiging komt deze basislaag wel in zicht, vandaar dat ook deze laag meestal in de massa mee wordt gekleurd. Hierdoor is er niet langer sprake van de kleurverschil tussen de verschillende gevelbepleisteringslagen of crepi-lagen. In het bijzonder kunstharspleisters (synthetische crepi) zijn bijzonder waterafstotend. Minerale pleisters hebben doorgaans minder het waterafstotend effect, maar hebben daarentegen een enorm zelfreinigend effect. Het vuil regent automatisch van de minerale gevelbepleistering.

Het verschil tussen een krabpleister en een schuurpleister, binnen de minerale crepi

Binnen de minerale gevelbepleistering maken we een onderscheid tussen een krabpleister en een schuurpleister.

Korrelgrootte van de gevelpleister of crepi

De korrelgrootte is bepalend voor het uitzicht maar ook voor de mogelijke mate van vervuiling. Een dunne korrelmaat van de gevelpleister zal minder snel vervuilen dan bij een ruwe structuur en een dikke korrelstructuur.

Vormgeving en detaillering van de crepi

Bezin alvorens je met de gevelbepleistering start. Een vuile gevel met verweerde strepen oogt niet mooi ... maar het resultaat is in de meeste situaties enkel het gevolg van een foute detaillering en ligt dus niet aan de basis van eventueel een minderwaardige crepi. Uiteraard moet er steeds worden gewerkt met een hoogwaardige en een zelfreinigende crepi of gevelpleister maar even belangrijk is de indeling en de afwerking van de gevel op zich.

  • Raamdorpels en deurdorpels moeten min 4 à 5 cm uitsteken ten opzichte van de gevel. Deze dorpels moeten onderaan zijn voorzien van een afdruipsleuf en de zijkanten van de dorpels moeten worden voorzien van een stootrand zodat het vuil en het water niet langs de gevel naar beneden vloeit.
  • Het is eveneens aangewezen de nodige aandacht te besteden bij het plaatsen van ventilatieroosters, luchtkokers, ed ... De uitlaten worden het best met een voldoende afstand van de muur geplaatst. Een licht helling van de afvoer is ook geen slecht idee om op deze manier de afdruip te vergemakkelijken.
  • Om opspattend water op te vangen wordt onderaan de gevel meestal een plint geplaatst. Hiervoor wordt meestal een blauwe hardsteen gebruikt. Bovendien opteren we meestal ook om de plint via een speciaal verankeringssysteem aan de gevel te bevestigen. Hierdoor voorkomen we dat de blauwe hardsteen rechtstreeks contact heeft met de gevel waardoor de de blauwe hardsteen plekken zal beginnen vertonen.
  • Dakranden en dakrandprofielen moeten eveneens min 5 cm overhellen om afwatering optimaal te beheren
  • Bij de keuze van het kleur van de crepi of gevelpleister is het tensloote raadzaam extreme kleurverschillen te beperken. De thermische reactie van een crepi wordt in belangrijke mate bepaald door de kleurkeuze. Een zwarte crepi zal veel meer zonlicht en dus warmte absorberen waardoor de spankracht enorm zal toenemen. Bij een witte crepi is dit probleem veel minder uitgesproken aanwezig. Liggen deze kleuren naast elkaar dan kan het spanningsveld verschillend reageren en kunnen. Er zettingscheuren en barsten ontstaan.

Onderhoud van de gevel

We wassen onszelf dagelijks, de auto wordt zeer frequent gewassen, we kuisen de ruiten, een oprit wordt ook al eens gekuisd, ... maar een gevel wassen komt wereldvreemd over. Nochthans is het niet zo gek om bv. jaarlijks toch even uw gevel af te spuiten. We bedoelen hiermee niet dit met een hoge druk moet gebeuren want dit brengt te veel schade met zich. Jaarlijks de gevel even afuiten met een tuinslang maakt dat het vuil niet kan hechten en schade veroorzaken. Deze boodschap is nodig voor elk type gevel, ongeacht of het hierbij gaat om een geschilderde gevel, een bakstenen gevel, een crepi-gevel, ....

Contole van de ondergrond van de gevel

Alvorens te starten met de gevelbepleisteringswerken is het noodzakelijk een grondige studie te maken van de ondergrond. Thermische spanningen moeten kunnen worden opgevangen. Hiervoor moet de gevelbepleistering minder hard zijn dan de ondergrond zelf. In bepaalde omstandigheden zal hiervoor worden gekozen voor een kalkpleister in plaats van een cementpleister. Is de ondergrond onstabiel dan kan men opteren voor een metalen pleisterdrager of een speciale wapening dat in de tussenlagen wordt aangebracht.

De timing van de werken is belangrijk om een optimale kwaliteit te garanderen. Bij nieuwbouw is het aangewezen 1 jaar te wachten alvorens te starten met de plaatsing van een gevelbepleistering of crepi. De meeste zettingsscheuren hebben zich tegen dan gevormd. Kan deze wachtperiode niet worden gerespecteerd dan zijn barsten en haarscheuren op korte termijn niet uit te sluiten.

De weersomstandigheden worden tijdens het plaatsen van de gevelbepleistering nauwlettend in de gaten gehouden. Zo moet de temperatuur minstens 2 dagen tussen de 2° C en 5° C zitten.
Een regenbui, te felle zon, ... We houden het alles best nauwlettend in het oog.
Bij de stellingbouw worden de stellingen het best voorzien van een afschermingszeil. Zodoende worden de gevels afgeschermd van de rechtstreekse zon en kunnen kleurverschillen worden voorkomen als gevolg van snellere opdrogingstijden tijdens de werkzaamheden.

Gevelisolatiesystemen en crepi

Meer en meer wordt de gevel geïsoleerd alvorens de gevelbepleistering of crepi aan te brengen. De isolatie wordt met een pluggensysteem of met een speciale lijm rechtstreeks op de gevel gemonteerd. Een spouwmuur is hierdoor niet langer nodig waardoor deze techniek zowel in nieuwbouw als bij renovatie van oude woningen kan worden toegepast.
De isolatielaag heeft als groot voordeel dat het de thermische spanningen van het metselwerk zeer goed kan opvangen. Door het feit dat de isolatielaag ook een volledige schil vormt wordt het risico op koudebruggen volledig uitgesloten.

Bepalen van het juiste kleur van de gevelbepleistering of crepi

Is er gewerkt met een gevelisolatiesysteem dan is het aan te raden met lichte pastelkleuren te werken om op deze manier thermische spanningen tot een minimum te beperken.