Aanbrengen nieuw voegwerk in de juiste samenstelling

De keuze van het juiste type voeg en de juiste mortelsamenstelling zijn zoals reeds eerder aangetoond bepalend voor de kwaliteit van het voegwerk. Belangrijk is het oa. om te weten in welke verhouding de samenstelling van de aan te brengen voegspecie dient te worden gemixt. Wat is de verhouding van zand, cement en eventueel kalk?

Tenslotte zorgt een goede hardheid van de voeg (of bij een kalkvoeg de taaiheid) voor een langere levensduur en is de voeg ook meer bestand tegen tal van weersinvloeden en mogelijke verontreiningen.

Niet minder belangrijk is de nabehandeling van het voegwerk. Te snel uitdrogen van het nieuw aangebracht voegwerken kan een minder goede hechting van de voeg veroorzaken al of niet in combinatie met krimpscheuren. Om dit te voorkomen wordt geopteerd het nieuw aangebracht voegwerk tijdig en regeligmatig te besproeien met water. Deze werkwijze garandeert duurzaam voegwerk. Slecht voegwerk daarentegen kan mogelijks reeds na 20 à 30 jaar aan vervanging toe zijn.

De verschillende voegklassen

De kwaliteit van het voegwerk is doorslaggevend om duurzaam voegwerk te realiseren. Om uiteindelijk wat wegwijs te geraken in de verschillende kwaliteiten werden voegklassen uitgewerkt. Dankzij de voegklassen is het mogelijk de verschillende hardheden van het voegwerk in te delen. Deze hardheid kan met een terugslaghamer worden gemeten.

De toepassingsklassen zijn terug te vinden in NEN-3835 en CUR-aanbeveling 61.

VH 15 (15 t/m 24) = zacht
In feite is deze klasse niet direct aan te bevelen en wordt dus ook weinig toegepast.

VH 25 (25 t/m 34) = matig hard
Een klasse voegwerk dat wordt gebruikt indien het voegwerk in het algemeen niet moet worden belast.

VH 35 (35 t/m 44) = middel hard
Wordt als de standaardklasse beschouwd. Dergelijk voegwerk is bruikbaar op plaatsen met een geringe vochtbelasting en waarbij de steen redelijk vochtabsorberend is. Om deze klasse van voegwerk te realiseren wordt gebruik gemaakt van een niet te droge voegspecie met een goede samenstelling. De voegspecie moet zorgvuldig worden ingezet en verdicht, terwijl ook de nodige aandacht moet blijven voor de condities om optimaal uit te harden. Voegwerk waarbij dus duidelijk meerwerk moet worden voorzien en dus ook financieel bepaalde consequenties met zich zal meebrengen.

 

VH 45 (45 en meer) = hard
Deze klasse van voegwerk wordt toegepast op plaatsen waar sprake is van een hoge belasting van het metselwerk. Mechanische verdichting is hier noodzakelijk terwijl ook het gehalte van het bindmiddel zal moeten worden verhoogd. Tenslotte zal extra aandacht nodig zijn om de verhardingscondities ook hier optimaal te laten plaatsvinden.

In de tabel hieronder vind je de toepassingsklassen ivm voegwerk volgens CUR-aanbeveling 61 en de minimaal benodigde voeghardheidsklassen.

 

Toepassings- klasse

Omschrijving

Minimaal benodigde voeghardheidsklasse
I Waterkerend werk Werk in weer en wind en bij sterk verwerende omstandigheden Werk met hoog mechanische belasting VH45
II Werk in weer en wind en dragend werk binnen VH35
III Werk binnen; geringe mechanische belasting Werk buiten; geringe vochtbelasting (bijv. onder afdak) en/of geringe mechanische belasting VH25
IV Werk binnen; geen of te verwaarlozen mechanische belasting VH15