Wat zijn de kwaliteitseisen van een baksteen

Hygrometrische eigenschappen

  • Wateropneming
    Het aantal poriën en het type poriën (open of gesloten) zal bepalend zijn voor de opname van water in de baksteen. Ook de mate waarin de poriën onderling met elkaar zijn verbonden hebben invloed op het absorberend vermogen van de baksteen.
    De verhouding tussen de poriën en de massa van de baksteen noemt men porositeit.
    Een hoge porositeit zorgt voor een goede verbinding met het metselwerk maar is daarentegen gevoeliger voor een verhoogde vochtopname. Dit kan resulteren in meer vorstschade alsook is de kans op vervuiling beduidend hoger doordat het vuil blijft hangen in de poriën.
    Tenslotte is het aantal poriën ook bepalend voor de thermische isolatie.

  • Massawarmte & thermische inertie
    Het is een waardemeter waarmee de hoeveelheid energie wordt uitgedrukt die nodig is om de baksteen met een bepaalde temperatuur te doen toenemen.
    De materialen waaruit een woning is opgebouwd, kunnen warmte opslaan. Deze eigenschap wordt de inertie of warmte-opslagcapaciteit van een bouwmateriaal genoemd. Deze warmte wordt tijdelijk in de muren en vloeren opgeslagen en wordt dan 's avonds, wanneer de buitentemperatuur is gezakt, op een vertraagde manier afgegeven. Zo blijft het overdag koeler in de zomer en wordt 's avonds de kilte gebroken.
    Massieve muren en stenen vloeren houden warmte beter vast waardoor de woning in de winter minder vlug afkoelt. Door de warmte-opslagcapaciteit van massieve muren en stenen vloeren schommelt de temperatuur binnen in de woning minder dan aan de buitenzijde. Dit draagt bij tot een aangenamer binnenklimaat, maar het kan ook een besparing betekenen voor je energiefactuur.

  • Evenwichtvochtsgehalte
    Alle poreuze bouwmaterialen zijn in beperkte mate hygroscopisch en zullen in relatie met de relatieve vochtigheid uit de omgeving een evenwicht proberen te zoeken. Hoe hoger dus de relatieve luchtvochtigheid hoe hoger de opname van het vocht in het materiaal. Bij een baksteen is deze opname relatief beperkt.
    Een niet belangrijke waardemeter om uiteindelijk een goede baksteen te kiezen want een vochtige muur geeft de warmte gemakkelijker door, en is dus minder isolerend.

  • Thermische geleidbaarheid
    Het is de hoeveelheid warmte die in een bepaalde tijd door de baksteen kan worden getransporteerd. Een vochtige muur zal dus effect hebben op de waarden van de thermische geleidbaarheid.
    Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de theoretische waarden (laboratorium omstandigheden) en reële waarden (rekenwaarden genoemd).

  • Vochtgehalte van een baksteen
    Bij een bepaalde relatieve vochtigheid en een bepaalde temperatuur kan een baksteen een bepaalde hoeveelheid vocht opnemen. 

Vormstabilteit

Het is de eigenschap van de baksteen om bij verschillende omgevingsfactoren zijn vorm en afmetingen te behouden.

  • Thermische uitzetting: onder invloed van de temperatuur
  • Hygrometrische krimp: onder invloed van water
  • Verhardingskrimp: onder invloed van de tijd. Wordt voornamelijk veroorzaakt door bindmiddelen bij materialen, maar door deze worden bij bakstenen niet gebruikt en zijn hieraan dus ook niet onderhevig.

Druksterkte

Wordt ook wel de breukweerstand genoemd.

Reactie bij brand

Onontvlambare materialen (er komen geen gassen vrij die kunnen ontvlammen)

  • Niet brandbare materialen (geen enkel uitwendig verschijnsel van merkbare warmte)
  • Een baksteen is zowel volgens Belgische als Europese normen niet brandbaar.

Vorstbestendigheid

Water in poriën zet bij vrieskou uit, waardoor de druk in de steen toeneemt en uiteindelijk kunnen barsten.

Bakstenen worden in 3 categoriën onderverdeeld:

  • Niet-vorstbestand
  • Normaal vorstbestand
  • Zeer vorstbestand