Hygroscopiciteit, hygroscopische zouten en relatieve vochtigheid

Alle poreuze materialen zijn in beperkte mate hygroscopisch en nemen vocht op uit de lucht. Er ontstaat een evenwichtssituatie, afhankelijk van de relatieve vochtigheid van de omgevingslucht. Vooral de zeer fijne poriën beïnvloeden het hygroscopische gedrag.

Er is dus een duidelijk verschil in het evenwichtsvochtgehalte van materialen in een gewone omgeving (max 60 % relatieve vochtigheid) en in een zeer vochtige omgeving (95 % relatieve vochtigheid), de hygroscopiciteit van de materialen is dus beïnvloedbaar door de omgeving.

 

btn-gratis-vochtdiagnose-vocht.png

Hygroscopiciteit van zouten in bouwmaterialen

De term 'hygroscopische zouten' verwijst in deze tekst naar oplosbare elementen die aanwezig zijn in sommige bouwmaterialen en in de bodem. In vochtige muren kunnen ze migreren.

De invloed van hygroscopische zouten op het vochtgehalte van oud metselwerk is niet gering. Ze kunnen immers vocht uit de lucht opnemen waardoor het vochtgehalte van het metselwerk stijgt.

Bovendien beletten ze droging van de betrokken muren als de hygrothermische omgevingsvoorrwaarden gunstig zijn.

Het vermogen om vocht aan de lucht te ontrekken wordt trouwens gebruikt door luchtontvochtigers met zouten (calciumchloride), die in de handel beschikbaar zijn.

De hygroscopiciteit van de aanwezige zouten kan veel problematischer zijn dan die van de bouwmaterialen, vooral bij oud metselwerk dat gedurende tientallen jaren aan capillaire opstijging blootstond (opstijgend vocht). In dat geval zijn de hygroscopische zouten van de bodem in de materialen geëmigreerd en hebben zich in de preferentiële verdampingszones geconcentreerd, doorgaans aan het oppervlak van de materialen en vooral in het bovenste deel van de vochtige zones.

De term 'salpeter', die dikwijls verkeerdelijk wordt gebruikt om uitbloeiingen aan te duiden, verwijst naar een heel speciaal hygroscopisch zout van het nitraat-type. 

De verschillende families van zouten en het hygroscopische karakter van de zouten die het vaakst voorkomen in gebouwen, kunnen verschillen per familie. De literatuur spreekt over hygroscopische waarden die meestal gelijklopende resultaten opleveren. De waarden van de evenwichtsvochtgehalten hygroscopiciteit zijn overgenomen in de literatuur en kunnen lichtjes verschillen volgens de auteurs.

Met uitzondering van punctueel verstrekte adviezen gebaseerd op de ervaring met een groot aantal praktijkgevallen, bestaat er nagenoeg geen informatie over aanvaardbare concentraties aan oplosbare zouten in metselwerk. Ter informatie en in twijfelgevallen zou men zich met de nodige reserves kunnen baseren op de waarden vermeld in de Oostenrijkse norm B 3355-1.