Oorzaken van vochtproblemen en opstijgend vocht

Een ernstige vochtdiagnose is noodzakelijk alvorens vochtweringswerken aan te vatten in gebouwen in het algemeen, en in oude gebouwen in het bijzonder, zeker indien de schade het gevolg is van vocht. Vochtschade heeft immers vaak verschillende vochtoorzaken tegelijk en komt niet zelden pas vrij ver van de vochtbronnen tot uiting.


Bovendien kunnen verschillende vochtoorzaken gelijkaardige schade doen ontstaan:

  • loskomen en beschadiging van de afwerking zoals behang, pleisterwerk, enz ...
  • uitbloei van hygroscopische zouten
  • schimmelvorming
  • algemeen onbehagen door een hoge relatieve vochtigheidsgraad van de lucht

Het is bijgevolg noodzakelijk voor elke bouwplaats, ook al lijkt de oorzaak van het vochtprobleem duidelijk, alle mogelijke vochtoorzaken te overlopen en te controleren en er rekening mee te houden dat de verschillende vochtproblemen elkaar onderling sterk kunnen beïnvloeden.

btn-gratis-vochtdiagnose-vocht.png

De meest voorkomende oorzaken van vochtproblemen in gebouwen zijn:

  • vocht afkomstig van de bouw- of renovatiewerken
  • hygroscopiciteit van de bouwmaterialen, eventueel versterkt door de aanwezige zouten
  • condensatie (inwendige condensatie en oppervlaktecondensatie)
  • infiltraties via gevels, daken, kelders en schrijnwerk
  • waterabsorptie door capillariteit, zoals opstijgend vocht
  • toevallige vochtoorzaken.

De vochtdiagnose kan bijvoorbeeld worden uitgevoerd door aan de hand van de informatie een samenvattend vochtverslag samen te stellen: vastgestelde schade, omvang en nauwkeurige plaatsbepaling. De vochtexpertise wordt aangevuld met systematische metingen met eenvoudige vochtmeettoestellen die betrouwbare inlichtingen kunnen verschaffen.

Met uitzondering van punctueel verstrekte adviezen gebaseerd op de ervaring met een groot aantal praktijkgevallen, bestaat er nagenoeg geen informatie over aanvaardbare concentraties aan oplosbare zouten in metselwerk. Ter informatie en in twijfelgevallen zou men zich met de nodige reserves kunnen baseren op de waarden vermeld in de Oostenrijkse norm B 3355-1.