Muren zuigen opstijgend vocht uit de grond op


Renovatie van bestaande gebouwen kent een belangrijke groei. Vanzelfsprekend is het de bedoeling deze woningen aan te passen aan de wensen van de bewoners inzake comfort,
bewoonbaarheid en gezondheid.

De meeste oudere gebouwen zijn aangetast door vochtproblemen, en in het bijzonder opstijgend vocht (optrekkend grondvocht) is in zeer veel situaties aanwezig. Om gevolgschade van opstijgend vocht te voorkomen dringt een behandeling zich op, zeker wil men extra vochtschade en kosten in de toekomst vermijden.

Opstijgend vocht

De grond is min of meer overal vochtig. Zowel om als onder de woning heeft de grond een bepaalde vochtigheid.

Het poreus metselwerk, de structuur van de baksteen dat in contact staat met de grond zuigt het water (opstijgend grondvocht) op, een proces dat "capillariteit" wordt genoemd. Met andere woorden: de muur werkt als een spons. Dit capillair fenomeen vindt plaats boven het maaiveld.

Om dit capillair aspect te stoppen wordt in een nieuwbouw gezorgd voor de plaatsing van een degelijke waterkering of ook wel vochtscherm genoemd. In het verleden werd hiervoor een roofing gebruikt, tegenwoordig gebruikt men een dpc-folie. Tenzij deze foutief zou geplaatst zijn (een fenomeen dewelke we zeer dikwijls moeten vaststellen tijdens onze onderzoeken en diagnosestellingen) moet deze waterkering een voldoende bescherming garanderen.

Bij oudere woningen ligt de situatie anders. Destijds werden woningen zonder vochtscherm opgetrokken terwijl bij woningen ouder dan 30 tot 40 jaar het risico bestaat dat het vochtscherm niet langer meer een efficiënte bescherming kan garanderen tegen het opstijgend vocht (optrekkend grondvocht). Het materiaal (de roofing dus) is te poreus geworden en via barsten en scheurtjes komt het opstijgend vocht (optrekkend grondvocht) uiteindelijk in de muur.

Aan de hand van een grondige en volledige vochtdiagnose van de vochtproblemen (opstijgend vocht, condensatie, ventilatieproblemen, schimmelvorming, isolatieproblemen, ...) wordt de vochtsituatie in kaart gebracht en wordt bepaald welke werkmethode het meest efficiënt zal zijn, om het opstijgend vocht in de muren te stoppen.

Het reeds aanwezige vochtpercentage, de muurdikte, de aanwezigheid van mogelijks andere vochtproblemen (condensatieprobleem, ventilatieprobleem, insijpelingen, ...), aanwezigheid van zouten en andere oplosbare mineralen, ... zullen bepalen op welke manier de verschillende fasen kunnen worden uitgevoerd.

Vocht in muren zorgt voor slechte warmte-isolatie

De isolerende eigenschappen van een steen zijn gebaseerd op droge poriën met lucht. Dit werkt als een isolatiemateriaal. Indien de poriën nat worden en gevuld zijn met vocht vallen deze isolerende eigenschappen grotendeels weg en kan de omgevingstemperatuur hierdoor gevoelig dalen al of niet in combinatie met een onaangename koudere luchtcirculatie.