Zilvervisjes

Zilvervisjes hebben een duidelijke verwantschap met papiervisje en het ovenvisje. In het algemeen kunnen deze insecten veel schade aanrichten en voor een duidelijke overlast zorgen.

De zilvervisjes komen in het bijzonder vaak voor in vochtige ruimten, meestal in geringe aantallen.

Het gaat hierbij in het bijzonder om ruimten met een hoge relatieve vochtigheid, zoals badkamers, wasplaatsen en toiletten. Plaatsen met lekkages, muren met doorslaand vocht, slecht geventileerde ruimten, vochtige kelders en kruipruimten, .... zijn eveneens vochtige omgevingen waar de zilvervisjes zich bijzonder goed thuisvoelen.

Het zilvervisje wordt ongeveer 7 tot 12 milimeter lang. Alle borstsegmenten hebben duidelijk plaatvormige vebredingen. De schubben van de zilvervisjes zijn zilverkleurig. Verder zijn de twee geringde antennen en de drie fijngeringde staartdraden aan het achterlijf opmerkelijke eigenschappen voor het zilvervisje.

In de periode van april tot augustus leggen de zilvervisjes eitjes. De zilvervisjes zoeken hiervoor een geschikte omgeving, waarbij 25°C en een relatieve vochtigheid van 75 %, de meest ideale broedomstandigheden zijn.

In totaal kan het wijfje van de zilvervisjes tot ongeveer 150 eitjes leggen, steeds in kleine aantallen bij elkaar.
Overdag zal je relatief zelden de zilvervisjes tegenkomen, omdat ze zich voornamelijk schuil houden op donkere plaatsen.