Bomen & funderingen – Veelgestelde vragen
- september 17, 2026
10 veelgestelde vragen
Bomen kunnen een belangrijke rol spelen bij funderingsproblemen, vooral wanneer ze dicht bij een woning staan en de ondergrond gevoelig is voor uitdroging. Een volwassen boom kan grote hoeveelheden water uit de bodem opnemen. Tijdens langdurige droge periodes kan dit de uitdroging van de bodem versterken.
Vooral bij kleihoudende gronden is dit een aandachtspunt. De combinatie van bomen, droogte en kleigrond kan in bepaalde situaties bijdragen aan krimp van de bodem en bewegingen van bestaande funderingen.
Muroflex houdt daarom bij het onderzoeken van scheuren en verzakkingen niet alleen rekening met de woning zelf, maar ook met de bomen en de omstandigheden in de directe omgeving.
1. Kunnen bomen funderingsproblemen veroorzaken?
Ja, bomen kunnen in bepaalde omstandigheden bijdragen aan funderingsproblemen.
Een volwassen boom neemt water op uit de bodem. Wanneer een grote boom dicht bij een woning staat, kan hierdoor plaatselijk meer uitdroging van de bodem ontstaan.
Vooral wanneer de ondergrond uit klei bestaat en er sprake is van een langdurige droge periode, kan dit een rol spelen bij zettingen en scheurvorming.
Een boom is echter niet automatisch de oorzaak van een funderingsprobleem. De afstand tot de woning, de boomsoort, de grootte van de boom, de bodemgesteldheid en de bestaande fundering moeten samen worden beoordeeld.
2. Hoe kunnen boomwortels invloed hebben op een fundering?
Boomwortels kunnen zich over een groot gebied verspreiden en water uit de bodem opnemen.
Het is vooral die wateronttrekking die bij gevoelige bodems belangrijk kan zijn. Wanneer de bodem hierdoor uitdroogt, kan de grond veranderen van volume en kunnen bewegingen in de ondergrond ontstaan.
De aanwezigheid van wortels betekent dus niet automatisch dat ze een fundering rechtstreeks beschadigen. Het effect kan vooral ontstaan doordat de wortels de vochttoestand van de bodem beïnvloeden.
3. Waarom zijn grote bomen dicht bij een woning een aandachtspunt?
Hoe groter en ouder een boom wordt, hoe groter doorgaans ook zijn wortelstelsel en zijn waterbehoefte.
Bij een woning op een gevoelige kleigrond kan een grote boom daardoor een aanzienlijke invloed hebben op de vochttoestand van de bodem.
Muroflex kijkt bij schadeonderzoek daarom onder andere naar:
- de soort boom;
- de grootte en ouderdom;
- de afstand tot de woning;
- de positie ten opzichte van de fundering;
- het type ondergrond;
- de diepte van de bestaande fundering;
- de aanwezigheid en ontwikkeling van scheuren.
4. Welke invloed heeft een boom op kleigrond?
Kleigrond kan sterk reageren op veranderingen in het vochtgehalte.
Een boom kan water uit de bodem opnemen. Tijdens een langdurige droge periode kan de combinatie van natuurlijke uitdroging en wateronttrekking door bomen ervoor zorgen dat de bodem plaatselijk sterker uitdroogt.
Bij voldoende uitdroging kan kleigrond krimpen. Hierdoor kunnen bewegingen ontstaan die gevolgen kunnen hebben voor funderingen.
Daarom zijn bomen en kleigrond vooral tijdens langdurige droogte een belangrijk aandachtspunt.
5. Hoe ver kunnen boomwortels onder of naast een woning komen?
Dat verschilt sterk per boomsoort, boomgrootte, bodem en lokale omstandigheden.
Ook de wortels hoeven niet rechtstreeks onder de fundering te liggen om invloed te kunnen hebben. De wateronttrekking door een uitgebreid wortelstelsel kan ook op enige afstand de vochttoestand van de bodem beïnvloeden.
Bij een funderingsonderzoek moet daarom niet alleen worden gekeken naar zichtbare wortels, maar naar de volledige situatie van de boom en de bodem rond de woning.
6. Kunnen bomen tijdens droge periodes extra schade veroorzaken?
Ja, dat is mogelijk.
Tijdens een langdurige droge periode is de bodem al onderhevig aan uitdroging. Een grote boom die daarnaast veel water uit de bodem onttrekt, kan deze uitdroging plaatselijk versterken.
Dit kan vooral relevant zijn bij kleigronden die gevoelig zijn voor krimp.
Muroflex heeft de afgelopen jaren verschillende schadegevallen onderzocht waarbij droogte, kleigrond en de aanwezigheid van grote bomen samen een mogelijke rol speelden.
7. Hoe weet ik of een boom betrokken is bij mijn funderingsprobleem?
Dat kan meestal niet uitsluitend aan de hand van één scheur of één boom worden vastgesteld.
Er moet naar het volledige schadebeeld worden gekeken.
Belangrijke elementen zijn bijvoorbeeld:
- waar de scheuren zich bevinden;
- hoe de scheuren verlopen;
- of de scheuren actief zijn;
- waar de bomen staan;
- hoe groot de bomen zijn;
- welk type bodem aanwezig is;
- hoe diep de bestaande fundering ligt;
- of er sprake is van zettingen.
Scheurmetingen en monitoring kunnen bovendien helpen om vast te stellen of de schade nog evolueert.
8. Moet een boom worden verwijderd bij funderingsproblemen?
Niet automatisch.
Het verwijderen van een boom kan in bepaalde situaties een maatregel zijn wanneer de boom aantoonbaar of vermoedelijk bijdraagt aan het probleem. Maar ook het rooien van een boom kan gevolgen hebben voor de bodem.
Wanneer een boom wordt verwijderd, kan de vochttoestand van de bodem opnieuw veranderen. Daardoor kunnen bewegingen in de grond optreden.
Een beslissing over het rooien van een boom moet daarom worden genomen op basis van de volledige situatie, en niet alleen omdat er scheuren in de woning aanwezig zijn.
9. Kunnen er scheuren ontstaan nadat een boom wordt gerooid?
Ja, dat is mogelijk.
Wanneer een grote boom wordt verwijderd, verandert de waterhuishouding van de bodem. De bodem kan daardoor opnieuw vocht opnemen en in bepaalde omstandigheden gaan zwellen.
Het gevolg daarvan is niet altijd eenvoudig te voorspellen. De grond kan opnieuw bewegen en bestaande scheuren kunnen gedeeltelijk of volledig veranderen.
Daarom betekent het rooien van een boom niet automatisch dat een funderingsprobleem onmiddellijk is opgelost. Monitoring na het rooien kan belangrijk zijn.
10. Wat moet eerst worden onderzocht bij een woning met bomen en funderingsschade?
De eerste stap is het bepalen van de oorzaak en het verloop van de schade.
Afhankelijk van de situatie kan Muroflex onder andere kijken naar:
- de scheuren in gevels en binnenmuren;
- eventuele scheurmetingen;
- de evolutie van de schade;
- de aanwezige bomen en hun positie;
- de bodemgesteldheid;
- de bestaande fundering;
- de funderingsdiepte;
- eventuele zettingen van vloeren of verhardingen.
Wanneer nodig kunnen aanvullende onderzoeken worden uitgevoerd, zoals een onderzoeksput of een sondering.
Pas daarna kan worden beoordeeld of een maatregel aan de boom, een monitoring of een technische funderingsingreep aangewezen is.