Droogte, klimaatverandering & kleigrond – Veelgestelde vragen
- september 17, 2026
Langdurige droge periodes kunnen een belangrijke invloed hebben op de bodem en daarmee ook op bestaande funderingen. Vooral kleihoudende gronden kunnen sterk reageren op veranderingen in het vochtgehalte. Bij langdurige uitdroging kan kleigrond krimpen, waardoor bewegingen in de bodem en fundering kunnen ontstaan.
De afgelopen jaren heeft Muroflex bij verschillende gebouwen schadegevallen vastgesteld waarbij langdurige droogte en uitdroging van kleigrond een mogelijke rol speelden. Het fenomeen verdient daarom steeds meer aandacht bij de beoordeling van scheuren, zettingen en funderingsproblemen.
1. Kan langdurige droogte funderingsproblemen veroorzaken?
Ja. Bij bepaalde bodemtypes kan langdurige droogte leiden tot een sterke vermindering van het vochtgehalte van de bodem. Vooral kleigronden kunnen hierdoor krimpen.
Wanneer de uitdroging zich uitstrekt tot onder de fundering, kan de ondersteuning van het gebouw veranderen. Dit kan bijdragen aan zettingen en scheurvorming.
2. Wat gebeurt er met kleigrond tijdens een langdurige droge periode?
Kleigrond kan bij uitdroging krimpen. Wanneer het vochtgehalte opnieuw toeneemt, kan de grond vervolgens opnieuw uitzetten, hetzij dikwijls in mindere mate.
Deze volumeveranderingen kunnen bewegingen van de bodem veroorzaken. Bij een gebouw dat op of in deze grond gefundeerd is, kunnen dergelijke bewegingen gevolgen hebben voor de fundering en de bovenbouw.
3. Waarom zijn opeenvolgende droge zomers een probleem?
Eén droge periode hoeft niet noodzakelijk tot schade te leiden. Het wordt problematischer wanneer droge periodes elkaar opvolgen en de bodem onvoldoende tijd krijgt om zich opnieuw met water te vullen.
We hebben de afgelopen jaren te maken gehad met meerdere uitzonderlijk droge periodes. De droge jaren 2016 en 2017 werden gevolgd door zeer droge zomers in 2018, 2019, 2020, 2022, 2025 en 2026.
Door deze opeenvolging kan de uitdroging van de bodem steeds dieper en langduriger worden. Vooral bij kleigronden kan dit de stabiliteit van bestaande funderingen beïnvloeden.
4. Waarom kunnen na een droge zomer plots scheuren ontstaan?
Een gebouw kan jarenlang weinig of geen problemen vertonen en toch later schade ontwikkelen.
Wanneer de omstandigheden in de ondergrond veranderen, bijvoorbeeld door langdurige uitdroging, kan een bestaande fundering anders worden belast of ondersteund. Ongelijke bewegingen kunnen vervolgens spanningen in muren en gevels veroorzaken.
Muroflex kent schadegevallen waarbij gebouwen meer dan 20 jaar vrijwel schadeloos waren gebleven, maar later toch belangrijke zettingen en scheurvorming vertoonden.
5. Kan de uitdroging van kleigrond dieper gaan dan de fundering?
Ja, dat kan in bepaalde omstandigheden.
Hoe diep de uitdroging reikt, hangt onder andere samen met de bodem, de weersomstandigheden en de aanwezigheid van vegetatie.
Bij onderzoeken in schadegevallen hebben we plaatselijk droogtepieken tot ongeveer 3 meter diepte vastgesteld.
Dit illustreert waarom uitsluitend kijken naar de zichtbare schade aan een gevel onvoldoende kan zijn om de oorzaak van een funderingsprobleem te bepalen.
6. Kunnen funderingen die vroeger voldoende diep waren toch problemen krijgen?
Dat is mogelijk.
Een fundering die jarenlang zonder problemen heeft gefunctioneerd, kan in uitzonderlijke omstandigheden toch worden geconfronteerd met veranderende bodemcondities.
We kennen recente schadegevallen waarbij zettingsschade werd vastgesteld op plaatsen waar de fundering tot een diepte was aangezet die voordien als voldoende veilig werd beschouwd.
Daarom moet bij een funderingsprobleem niet alleen naar de ouderdom of bestaande diepte van de fundering worden gekeken, maar ook naar de actuele toestand van de bodem.
7. Hebben klimaatverandering en extreem droge zomers invloed op funderingen?
Langdurige en uitzonderlijk droge periodes kunnen de omstandigheden in de bodem veranderen.
De recente schadegolven na onder andere de droge zomers van 2018, 2019, 2020, 2022, 2025 en 2026 wijken op bepaalde punten af van de patronen die we vroeger vaststelden.
Wat vandaag nog als uitzonderlijk wordt beschouwd, kan in de toekomst mogelijk vaker voorkomen. Voor bestaande gebouwen betekent dit dat de invloed van langdurige droogte en veranderende bodemcondities steeds belangrijker kan worden bij het beoordelen van funderingsproblemen.
Dat betekent niet dat iedere funderingsscheur door klimaatverandering wordt veroorzaakt. De bodemgesteldheid, fundering, bebouwing en lokale omstandigheden moeten altijd afzonderlijk worden beoordeeld.
8. Kunnen bomen de invloed van droogte op kleigrond versterken?
Ja, dat kan een belangrijke factor zijn.
Grote bomen kunnen aanzienlijke hoeveelheden water uit de bodem opnemen. Tijdens een droge periode kan dit de uitdroging van de grond rond en onder een gebouw versterken. Ook het type boom en de omvang van het wortelstelsel spelen hierbij een rol.
Daarom zijn droogte, kleigrond en bomen vaak onderwerpen die samen moeten worden bekeken bij een funderingsonderzoek.
9. Waarom kunnen funderingsproblemen vandaag anders verlopen dan vroeger?
De schadegevallen die Muroflex de afgelopen jaren heeft vastgesteld, vertonen op bepaalde punten andere kenmerken dan veel oudere schadegevallen.
We zien bijvoorbeeld situaties waarbij gebouwen jarenlang stabiel zijn gebleven en pas na opeenvolgende droge periodes duidelijke zettingsschade vertonen. Ook funderingen die vroeger als voldoende diep werden beschouwd, moeten in bepaalde situaties opnieuw worden geëvalueerd.
Dit betekent dat bij nieuwe schade niet alleen naar de bestaande fundering moet worden gekeken, maar ook naar de veranderde omstandigheden in de ondergrond.
10. Wat kan men doen wanneer droogte vermoedelijk een rol speelt bij funderingsschade?
De eerste stap is niet automatisch een fundering herstellen.
Eerst moet worden onderzocht wat er precies gebeurt. Afhankelijk van de situatie kunnen bijvoorbeeld nodig zijn:
- scheurmetingen en monitoring;
- een onderzoeksput naast de fundering;
- diepsonderingen;
- bodemonderzoek;
- onderzoek naar bomen en vegetatie;
- controle van de bestaande fundering.
Pas wanneer de oorzaak en de evolutie van de schade voldoende duidelijk zijn, kan worden bepaald welke aanpak aangewezen is.