Funderingen & verzakkingen – Veelgestelde vragen

15 veelgestelde vragen over funderingsproblemen, zettingen en verzakkingen

Problemen met funderingen kunnen zich op verschillende manieren uiten. Scheuren in gevels en muren, verzakkingen van vloeren of klemmende deuren kunnen bijvoorbeeld wijzen op bewegingen van de ondergrond of fundering. De oorzaak is echter niet altijd meteen zichtbaar. Daarom is een correcte diagnose belangrijk voordat herstelwerken worden uitgevoerd.


1. Wat is een funderingsprobleem?

Een funderingsprobleem ontstaat wanneer de fundering van een gebouw onvoldoende stabiel blijft of ongelijkmatig beweegt ten opzichte van de ondergrond.

Dit kan bijvoorbeeld leiden tot zettingen, verzakkingen en scheurvorming in muren en gevels. Ook vloeren, terrassen en andere aansluitende constructies kunnen schade vertonen.

De oorzaak kan onder meer verband houden met de eigenschappen van de ondergrond, veranderingen in het vochtgehalte van de bodem, onvoldoende diepe funderingen of andere omstandigheden rond het gebouw.


2. Hoe herken ik een verzakking van een woning?

Een verzakking kan zich op verschillende manieren manifesteren. Mogelijke signalen zijn:

  • scheuren in gevels of binnenmuren;
  • diagonale of doorlopende scheuren;
  • scheuren die zich over verschillende bouwlagen voortzetten;
  • verzakkingen of verschuivingen van vloeren;
  • scheuren in terrassen en verhardingen;
  • deuren of ramen die plots beginnen te klemmen;
  • hoogteverschillen die eerder niet aanwezig waren.

Eén afzonderlijke scheur betekent niet automatisch dat er sprake is van een funderingsprobleem. Het patroon, de plaats en de evolutie van de schade zijn belangrijk bij de beoordeling.


3. Wat is een zetting van een fundering?

Een zetting is een neerwaartse beweging van een fundering als gevolg van een verandering of vervorming van de ondergrond.

Een zekere mate van zetting kan bij een gebouw voorkomen. Het probleem ontstaat vooral wanneer een gebouw ongelijkmatig zet.

Wanneer verschillende delen van een woning niet evenveel bewegen, kunnen spanningen ontstaan in de constructie. Die spanningen kunnen zich onder andere uiten in scheuren in gevels en muren.


4. Wat is een ongelijke of differentiële zetting?

Bij een ongelijke zetting bewegen verschillende delen van een gebouw niet in dezelfde mate.

Het ene deel van een fundering kan bijvoorbeeld meer zakken dan een ander deel. Hierdoor ontstaan vervormingen in de constructie.

Dit kan leiden tot:

ongelijke funderingsbeweging → spanningen in de constructie → scheurvorming

Het vaststellen van dergelijke bewegingen vereist vaak meer onderzoek dan alleen een visuele inspectie.


5. Kan een woning na tientallen jaren nog verzakken?

Ja. Het feit dat een woning jarenlang zonder zichtbare problemen heeft gestaan, sluit latere funderingsbewegingen niet uit.

Bij oudere woningen kan schade bijvoorbeeld pas veel later zichtbaar worden wanneer de omstandigheden van de ondergrond veranderen.

Muroflex kent tal van constructies die al meer dan 20 jaar weinig of geen schade vertoonden, later toch belangrijke zettingen vertoonden. In veel gevallen kan een verband worden gelegd met uitzonderlijke uitdroging van kleigrond.


6. Kan droogte een funderingsprobleem veroorzaken?

Bij bepaalde bodemtypes kan langdurige droogte een belangrijke rol spelen.

Vooral kleiige gronden kunnen reageren op veranderingen in hun vochtgehalte. Bij uitdroging kan klei krimpen. Wanneer dit onder of rond een fundering gebeurt, kan de ondersteuning van de fundering veranderen.

Bij langdurige of opeenvolgende droge periodes kan de uitdroging bovendien dieper in de bodem doordringen.


7. Waarom is kleigrond gevoelig voor verzakkingen?

Klei kan onder invloed van veranderingen in het vochtgehalte krimpen en zwellen.

Tijdens droge periodes kan de bodem uitdrogen en krimpen. Wanneer het vochtgehalte later opnieuw toeneemt, kan de grond opnieuw zwellen, hetzij meestal in een mindere mate. Het oorspronkelijke volume komt dikwijls niet meer terug.

Deze volumeveranderingen kunnen bewegingen van de bodem veroorzaken. Wanneer een fundering zich in of nabij een dergelijke actieve grondlaag bevindt, kunnen hierdoor zettingen of andere bewegingen ontstaan.


8. Kunnen bomen funderingsproblemen veroorzaken?

Bomen kunnen in bepaalde omstandigheden invloed hebben op de bodem rond een fundering.

Grote, volwassen bomen kunnen aanzienlijke hoeveelheden water uit de bodem opnemen. Bij een gevoelige kleigrond kan dit tijdens droge periodes bijdragen aan extra uitdroging van de bodem.

De invloed is afhankelijk van verschillende factoren, zoals:

  • de boomsoort;
  • de grootte en leeftijd van de boom;
  • de afstand tot de woning;
  • het type bodem;
  • de diepte van de fundering;
  • de weersomstandigheden.

9. Hoe diep moet een fundering liggen?

Er bestaat geen universele funderingsdiepte die voor iedere woning en iedere bodem geschikt is.

De vereiste diepte hangt onder andere samen met de bodemgesteldheid en de eigenschappen van de fundering.

Historische richtlijnen waarbij voor funderingen op staal een grotere aanzetdiepte wordt vermeld voor zeer plastische gronden dan voor plastische gronden. Ook wordt gewezen op het belang van de werkingszone van boomwortels. 

Door de aanhoudende droogteperiodes is bij veel woningen de huidige aanzetdiepte onvoldoende.

Daarom moet bij een bestaand gebouw eerst worden vastgesteld hoe diep en op welke ondergrond de bestaande fundering daadwerkelijk is aangezet.


10. Hoe kan men onderzoeken hoe diep een bestaande fundering ligt?

Een praktische methode is het graven van een onderzoeksput naast de bestaande fundering.

Zo kan men de fundering rechtstreeks inspecteren en onder andere vaststellen:

  • hoe diep de fundering ligt;
  • welke vorm de fundering heeft;
  • welke materialen zijn gebruikt;
  • op welke grondlaag de fundering steunt.

Afhankelijk van de situatie kunnen daarnaast sonderingen of andere bodemonderzoeken nodig zijn.


11. Welke onderzoeken zijn nodig bij een vermoeden van funderingsproblemen?

Dat hangt af van de situatie.

Mogelijke onderzoeken zijn onder andere:

Visuele inspectie
De schade aan gevels, muren, vloeren en andere onderdelen wordt in kaart gebracht.

Scheurmetingen en monitoring
Hiermee kan worden nagegaan of schade verder evolueert.

Onderzoeksputten
Hiermee kan de bestaande fundering rechtstreeks worden onderzocht.

Diepsonderingen
Deze geven informatie over de bodemopbouw en de weerstand van de ondergrond.

Bodemonderzoek
Bij problemen in kleigrond kunnen bijkomende eigenschappen van de grond worden onderzocht.


12. Kan een funderingsprobleem worden opgelost zonder de fundering volledig te vervangen?

Ja, afhankelijk van de oorzaak en de toestand van de bestaande fundering bestaan verschillende hersteltechnieken.

Mogelijke technieken zijn bijvoorbeeld:

  • het verdiepen van bestaande funderingen;
  • onderschoeiing;
  • micropalen;
  • bepaalde injectietechnieken;
  • andere technieken om de fundering of de ondergrond te stabiliseren.

Welke techniek geschikt is, moet per gebouw worden bepaald. Een herstelmethode die voor de ene woning geschikt is, hoeft daarom niet automatisch geschikt te zijn voor een andere woning.


13. Wat zijn micropalen bij funderingsherstel?

Micropalen zijn palen met een relatief kleine diameter die met een gespecialiseerde machine door of naast de bestaande fundering kunnen worden aangebracht.

De palen worden tot een diepere grondlaag gebracht die minder gevoelig is voor de bewegingen van de oppervlakkige grond.

Micropalen worden regelmatig toegepast voor het verstevigen van funderingen onder buitengevels wanneer daarvoor een geschikte bestaande betonnen fundering aanwezig is. Een belangrijk voordeel is dat grote grondverzetten kunnen worden vermeden.


14. Wat is onderschoeiing van een fundering?

Bij onderschoeiing wordt een bestaande fundering plaatselijk verdiept of versterkt.

Dit gebeurt doorgaans gefaseerd, zodat de bestaande constructie tijdens de werken voldoende ondersteund blijft.

Het doel is de fundering naar een diepere en meer geschikte grondlaag te brengen. Deze techniek werd traditioneel vaak toegepast bij funderingsproblemen, maar de geschiktheid ervan moet worden beoordeeld in functie van de bodem en de specifieke situatie van het gebouw.


15. Moet een woning met funderingsscheuren altijd worden hersteld?

Niet noodzakelijk onmiddellijk.

Eerst moet worden vastgesteld waardoor de schade ontstaat en of de beweging nog actief is.

In bepaalde situaties kan monitoring aangewezen zijn voordat definitieve herstelwerken worden uitgevoerd. Door scheuren gedurende een bepaalde periode op te volgen, kan worden vastgesteld of de schade verder evolueert. Het rapport beschrijft hiervoor onder andere visuele getuigen, afstandsmarkeringen en scheurwijdtemeters.

Wanneer blijkt dat de beweging gestabiliseerd is, kan worden bekeken welke verdere aanpak aangewezen is. Wanneer de schade blijft evolueren, kan bijkomend onderzoek of een funderingsingreep noodzakelijk zijn.

Contacteer ons

Alain Lams is oprichter en zaakvoerder van Muroflex - specialist in gevelherstellingen en funderingsproblemen

Mail ons

info@muroflex.be

Bel ons

+32 (0)55/ 50 00 42

Bezoek ons

Brusselsesteenweg 386
9090 Merelbeke-Melle