Funderingsonderzoek – Veelgestelde vragen

Scheuren in gevels en muren, verzakkingen van vloeren of deuren die plots beginnen te klemmen kunnen wijzen op bewegingen van een gebouw. Maar aan de hand van de zichtbare schade alleen kan niet altijd worden vastgesteld wat de oorzaak is.

Bij een vermoeden van funderingsproblemen onderzoekt Muroflex daarom niet alleen de schade aan de woning, maar ook de fundering, de bodem en de omstandigheden rondom het gebouw.

Afhankelijk van de situatie kan aanvullend onderzoek nodig zijn om de oorzaak en de evolutie van de schade beter te begrijpen. Pas daarna kan worden beoordeeld welke herstelmethode aangewezen is.

10 veelgestelde vragen

1. Wanneer is een funderingsonderzoek nodig?

Een funderingsonderzoek kan aangewezen zijn wanneer er aanwijzingen zijn voor bewegingen van de fundering of ondergrond.

Voorbeelden zijn:

  • terugkerende of toenemende scheuren;
  • grote of doorlopende scheuren in gevels;
  • verzakkingen van vloeren;
  • scheuren in terrassen of verhardingen;
  • deuren of ramen die beginnen te klemmen;
  • hoogteverschillen of zichtbare verzakkingen;
  • schade die zich op verschillende plaatsen in de woning voordoet.

Niet iedere scheur wijst op een funderingsprobleem. Daarom is het belangrijk om eerst de volledige situatie te beoordelen.


2. Hoe onderzoekt Muroflex de oorzaak van scheuren?

We beginnen met een grondige beoordeling van het schadebeeld.

We kijken onder andere naar de plaats, richting en vorm van de scheuren en naar eventuele andere schade aan de woning.

Daarnaast bekijken we de fundering en de omstandigheden rondom het gebouw. Denk bijvoorbeeld aan de bodemgesteldheid, hoogteverschillen, bomen en andere factoren die invloed kunnen hebben op de ondergrond.

Wanneer de beschikbare informatie onvoldoende is, kan aanvullend onderzoek noodzakelijk zijn.


3. Wat wordt tijdens een funderingsonderzoek bekeken?

Een funderingsprobleem staat zelden volledig op zichzelf. Daarom bekijken we verschillende onderdelen samen.

Onder andere:

  • de bestaande scheuren;
  • de evolutie van de schade;
  • de bestaande fundering;
  • de funderingsdiepte;
  • de bodem onder en rondom de woning;
  • eventuele verzakkingen;
  • bomen en vegetatie;
  • de ligging en omgeving van het gebouw.

Door deze informatie samen te brengen, ontstaat een beter beeld van de mogelijke oorzaak van de schade.


4. Waarom is alleen een visuele inspectie soms onvoldoende?

Een visuele inspectie toont wat er aan de woning zichtbaar is, maar niet noodzakelijk wat er onder de woning gebeurt.

Een scheur kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van een beweging van de fundering, terwijl de oorzaak daarvan zich in de ondergrond bevindt.

Wanneer er onvoldoende informatie beschikbaar is over de fundering of bodem, kan daarom aanvullend onderzoek nodig zijn.

De zichtbare scheur is het symptoom. De oorzaak moet worden gezocht in het volledige bouwkundige en geotechnische verhaal.


5. Wat is een onderzoeksput bij een fundering?

Een onderzoeksput is een plaatselijk uitgegraven gedeelte naast een bestaande fundering.

Hiermee kan de fundering rechtstreeks worden onderzocht. We kunnen bijvoorbeeld vaststellen:

  • hoe diep de fundering ligt;
  • hoe breed of dik de fundering is;
  • welke vorm de fundering heeft;
  • op welke grondlaag ze steunt;
  • welke materialen zijn toegepast.

Bij bestaande woningen zijn dergelijke gegevens niet altijd beschikbaar. Een onderzoeksput kan dan belangrijke informatie opleveren over de werkelijke toestand van de fundering.


6. Waarom is de funderingsdiepte belangrijk?

De diepte van een fundering bepaalt mede welke grondlaag de constructie belast.

Bij gevoelige bodems kan het belangrijk zijn om te weten of de fundering zich binnen een grondlaag bevindt die sterk reageert op veranderingen in vochtgehalte.

Vooral bij kleigronden kan dit een aandachtspunt zijn. Bij langdurige uitdroging kan de bodem krimpen en kunnen bewegingen ontstaan.

Daarom kijken we bij een funderingsonderzoek niet alleen naar hoe diep de fundering ligt, maar ook naar de toestand en eigenschappen van de grond waarop ze steunt.


7. Wanneer zijn diepsonderingen nodig?

Een diepsondering kan informatie geven over de opbouw en eigenschappen van de ondergrond.

Ze kan bijvoorbeeld helpen om inzicht te krijgen in de verschillende grondlagen en de draagkracht van de bodem.

Wanneer er een vermoeden bestaat van funderingsproblemen, kan een sondering daarom deel uitmaken van het verdere onderzoek.

Of dit nodig is, hangt af van de schade, de bestaande informatie en de specifieke situatie van de woning.


8. Hoe wordt onderzocht welke bodem onder een woning aanwezig is?

De bodem kan op verschillende manieren worden onderzocht.

Afhankelijk van de situatie kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van:

  • een onderzoeksput;
  • diepsonderingen;
  • boringen;
  • aanvullende bodemanalyses.

Bij problemen waarbij kleigrond mogelijk een rol speelt, kunnen ook specifieke eigenschappen van de grond van belang zijn, zoals het vochtgehalte en de gevoeligheid voor krimp en zwelling.


9. Welke rol spelen bomen en de omgeving bij een funderingsonderzoek?

De omgeving van een woning kan een belangrijke invloed hebben op de bodem.

Grote bomen kunnen bijvoorbeeld water uit de bodem opnemen. Bij een gevoelige kleigrond en langdurige droogte kan dit de uitdroging van de bodem versterken.

Daarom bekijken we bij een funderingsonderzoek ook de bomen, hun positie ten opzichte van de woning en de bodem rondom de fundering.

Ook hoogteverschillen, verhardingen en andere omstandigheden rond het gebouw kunnen relevant zijn.


10. Waarom moet eerst de oorzaak worden vastgesteld voordat een fundering wordt hersteld?

Omdat een zichtbare scheur niet automatisch vertelt welke herstelmethode nodig is.

Wanneer een fundering wordt hersteld zonder voldoende inzicht in de oorzaak, bestaat het risico dat de gekozen oplossing niet aansluit bij het werkelijke probleem.

Afhankelijk van de situatie kunnen verschillende herstelmethodes worden overwogen. De juiste keuze hangt onder andere af van de bestaande fundering, de bodem, de aard van de schade en de verdere evolutie ervan.

Daarom is een goede diagnose een belangrijke eerste stap vóór een definitieve funderingsherstelling.

Contacteer ons

Alain Lams is oprichter en zaakvoerder van Muroflex - specialist in gevelherstellingen en funderingsproblemen

Mail ons

info@muroflex.be

Bel ons

+32 (0)55/ 50 00 42

Bezoek ons

Brusselsesteenweg 386
9090 Merelbeke-Melle