Zouten in gevel

De bepaling van het gehalte aan oplosbare zouten in materialen kan deel uitmaken van het vooronderzoek van een gevel alvorens de start van de gevelreiniging of voor de waterwerende oppervlaktebehandeling.

In vele gevallen blijft het onderzoek naar de aanwezigheid van oplosbare zouten in een gevelmateriaal beperkt tot visuele waarnemingen. Indien er geen verschijnselen worden vastgesteld die wijzen op de aanwezigheid van zouten, en er ook geen andere redenen zijn om te veronderstellen dat er veel zouten in het metselwerk zitten, worden er meestal geen analyses uitgevoerd.

Gevelmetselwerk dat gedurende vele jaren aan de regen blootgesteld werd en niet op abnormale wijze bevochtigd werd, bevat meestal vrij weinig oplosbare zouten nabij het oppervlak. De meeste oplosbare zouten werden immers in de loop der jaren door opeenvolgende cycli van bevochtiging en droging naar het oppervlak meegevoerd, kristaliseerden daar uit en werden vervolgens weggespoeld.

Indien het gebouw voor de restauratie blootgesteld was een abnormale bevochtiging, bijvoorbeeld als gevolg van lekkende daken of dakgoten, bestaat de kans dat zich in het metselwerk nogal wat oplosbare zouten bevinden. Ook muren die onderhevig zijn aan opstijgend grondvocht bevatten vaak veel oplosbare zouten.

Zoutgehalte bepalen alvorens de gevel te reinigen.

In dergelijke gevallen is een bepaling van het zoutgehalte aangewezen vooraleer men reinigt, en alleszins voor men start met de waterwerende behandeling (hydrofuge) van de gevel. Het zoutgehalte wordt zowel bepaald aan het geveloppervlak als in de diepte van het materiaal.
Wanneer het gehalte aan oplosbare zouten zeer hoog is of sterk verschilt van de ene plaats tot de andere, dient de oorzaak hiervan onderzocht te worden. Het onderzoek naar de waterhuishouding van de gevel kan daarbij nuttige informatie geven.

Is het gehalte aan oplosbare zouten zeer hoog, dan kan het aangewezen zijn de detaillering van de gevel plaatselijk aan te passen om sterke bevochtiging te voorkomen en de kans op zoutschade in de toekomst te vermijden.

Gevelreiniging bij aanwezigheid van zouten

Reinigingstechnieken zijn in de eerste plaats bedoeld om afzettingen van stof, roet, ... te verwijderen. De eventuele verwijdering van zoutuitbloeiingen hangt af van de aard van de zouten en de toegepaste reinigingstechniek.

Of er na de gevelreiniging opnieuw oplosbare zouten naar het zoutoppervlak migreren, is onder meer afhankelijk van de vochthuishouding, van het gehalte aan oplosbare zouten en van de gebruikte reinigingstechniek.

Indien de gevelmaterialen veel oplosbare zouten bevatten, moet het waterverbruik tijdens de reiniging beperkt worden. Technieken met een hoog waterverbruik worden in dat geval afgeraden.

Waterwerende oppervlaktebehandeling van de gevel indien hoge concentratie oplosbare zouten


Metselwerk dat weinig of geen zouten bevat, kan doorgaans doeltreffend waterwerend gemaakt worden. In de praktijk blijkt dat een zoutgehalte van minder dan 0,5 massaprocent geen problemen oplevert op dat niveau.

Is er daarentegen sprake van hoge concentraties aan oplosbare zouten in de gevel dan kan het aanbrengen van een waterwerende laag aanleiding geven tot ernstige en onherstelbare schade.

Een extra diepgaand vooronderzoek moet de haalbaarheid in kaart brengen maar in geval van hoge concentraties of in geval van twijfel, wordt de gevel bij voorkeur niet waterwerend gemaakt. Zouten die zich op het ogenblik van de waterwerende oppervlaktebehandeling in opgeloste toestand bevinden of door accidentele bevochtiging opgelost kunnen worden, migreren tijds het uitdrogen van het metselwerk naar het oppervlak en kunnen uitkristaliseren achter de vochtwerend gemaakte zone, ter hoogte van het verdampingsfront.
De expansie en de kristallisatiespanningen die daarmee gepaard gaan, kunnen ernstige schade veroorzaken.