Bevestiging isolatieplaten

Bij spuitkurk en crepi kunnen de isolatieplaten op 2 manieren worden aangebracht

  • Aanbrengen van de isolatieplaten door deze te verlijmen
  • Aanbrengen van de isolaiteplaten door deze te pluggen, alhoewel deze laatste methode meestal zal gebeuren in combinatie het verlijmen

 

Hoe isolatieplaten aanbrengen bij spuitkurk en crepi

  • Niveauverschillen tussen de verchillende isolatieplaten moeten zoveel mogelijk worden vermeden. Na het aanbrengen moeten de platen een vlakke ondergrond vormen, zodat de bepleistering in een quasi idem dikte kan worden aangebracht. Een idem dikte van de gevelbepleistering is belangrijk voor het uitzicht, maar zeker ook voor de verschllende toleranties te respecteren.
  • Er zal voldoende aandacht uitgaan naar het risico op scheurvorming in de bepleistering.
    • De isolatieplaten zullen met verspringende verticale voegen worden op de gevel aangebracht.
    • De voegen mogen ook niet samenvallen met andere onderliggende voegen of overgangen (bv. lateien, overgangen tussen beton en baksteenmetselwerk).
    • Hoeken van gebouw worden voorzien van gevelisolatie dat is aangebracht volgens het systeem van vertanding.
    • Ter hoogte van hoeken rond ramen en/of deuren mag de rand van de gevelisolatiepanelen niet samenvallen met een hoek. Deze spanningskracht moet steeds worden opgevangen door 1 isolatiepaneel.
    • Tussen de overgang van 2 startprofielen mag er niet worden gestart met een nieuw paneel
  • Voegen tussen de isolatieplaten moeten zoveel mogelijk worden vermeden. Deze voegbreedtes mogen volgens het WTCB (Technische Voorschriften TVN 257) niet meer zijn dan 5 mm. In deze situaties kunnen deze worden opgevuld met een aangepaste PU-schuim. Zijn de voegen breder dan moeten we opteren om een nieuwe strook isolatie te voorzien.